Lenny Kuhr op facebook Lenny Kuhr op twitter
In de media
< terug

Vrouw met een rugzak

Nederlands Dagblad, Herman Veenhof
29 januari 2010


Vrouw met een rugzak


Hoe Lenny Kuhr klassiek werd en dichtbij komt

 

Het meer van Galilea wacht nog steeds; het spiegelt en verandert

 

Mijn liedjes, mijn leven Lenny Kuhr. Uil. (dvd/cd)

On Christmas Night (met Ralph Rousseau). Challenge

 

door herman veenhof

 

Artiest zijn is geen luxe bestaan; het is hard werken. Na een intiem concert met twee gitaristen en een stuk of twintig liedjes voelen de vingertoppen van Lenny Kuhr wat eeltig aan en ze zijn blauw: het treffen van de gevoelige snaar eist zijn tol. Maar die prijs is redelijk, gemeten aan het product: gezongen facetten van dat majestueuze woord, liefde.

 

‘Het trekt weer lekker aan’, bromt Rob Frank, Lenny’s man. De arts van oorsprong is zowel zakelijk als warm, hij zorgt voor alles wat buiten het toneel gebeurt, schrijft teksten, regelt theatertjes zodat Lenny Kuhr nooit meer terug hoeft naar het zingen met een orkestband op winderige braderieën, zoals in de jaren tachtig. Hij is arts en minnaar tegelijk. Als Kuhr een kerk is, is Frank de deken.

Hij staat achter een bakje met cd’s in het theater van multifunctioneel gebouw ’t Mozaïek, ergens aan de rand van de nieuwbouw in Wychen. Het is bloedkoud, dik besneeuwd en hier en daar glad. Desondanks stroomt de zaal vol en is het muisstil als Lenny Kuhr aantreedt, met haar gitarist en medezanger Cor Mutsers en bassist Mischa Kool. Kleding en optreden passen bij elkaar: smaakvol, onopgesmukt, maar ook betrokken en intens. Hier staat een dame die op 22 februari zestig wordt en geniet van het nu, juist omdat niets vanzelf sprak.

 

‘Zo eenvoudig kan het zijn’

Theaterdirecteur Jacques Boonman uit Reimerswaal typeert Lenny Kuhr als een ‘vrouw met een rugzak’. Zoveel meegemaakt en dan zo de herfst ingaan, dat is mooi. De rugzak blijkt echter een erfstuk. Als het mag, vieren haar ouders in april hun 65ste huwelijksdag. ‘Zo eenvoudig’, heet het prachtige liedje dat daarbij past. Aan het eind van de oorlog ging Ery Kuhr op de knieën voor Willy Filarski. Ze hielden van elkaar en dat bleef zo. Het leven kostte moeite, de liefde niet.

Oudere artiesten kunnen drie kanten op: stoppen met zingen en alleen schrijven of rentenieren (mits de voorraad strekt), eindeloos hun oude hitjes herhalen op bijeenkomsten waar je niet wilt zijn, of zich werkelijk vernieuwen. Kuhr is een schoolvoorbeeld van het laatste, juist omdat ze de dreiging van de andere opties kent.

Geboren in februari 1950, in maart 1969 met ‘De troubadour’ winnaar van het Eurovisie Songfestival – lang voordat die jaarlijkse happening een parodie op playbackende homo’s werd – en daarna leverancier van inhoudelijke liedjes, met soms lange zinnen, uitgesponnen gedachten en beeldend binnenrijm.

Maar dat bleef onbekend; iedereen wilde alleen maar ‘Visite’ horen en meebrullen, zonder aandacht voor de originele tekst. Het is de tragiek van Kuhr: haar publieke image zit vast aan die paar kapot gespeelde nummers en ‘de neus’ van 1973. In dat jaar werd ze zwaar mishandeld op een station, omdat ze leek op een vriendin van een jongen die net de bons had gekregen. Ze raakte verliefd op de chirurg die haar opereerde, maar de scheiding van Gideon Bialystock in de jaren tachtig was pijnlijk.

 

 

De kinderen Israëls

Ze hield er wel de band met Israël aan over; haar dochters Sharon en Daphna wonen er nu, met de kleinkinderen Ozz en Lihi. Oma Lenny past soms op, terwijl in de Gazastrook rook opstijgt, omdat beide partijen aan de oorlogsgod offeren.

De twaalf jaar met tekstschrijver Herman Pieter de Boer waren vooral een herkenning op basis van het woord. Toen Lenny Kuhr in 1993 middenin een voorstelling haar stem verloor, had die relatie geen weerwoord. Het duurde zeven jaar voordat ze dat weerwoord kon zingen; nog steeds is onduidelijk waardoor ze zo lang zwijgen moest. Iets met het strottenhoofd en de zenuwen.

En een identiteitscrisis. Haar essentie was immers het lied; juist door de ‘deprogrammering als artiest’, vanuit het gedwongen nulpunt, kwam ze tot haar recht als mens. Het was een beetje Job in Eindhoven: zak en as en daarna een dieper timbre dan ooit. Het is te zien en te horen op de dvd/cd Lenny Kuhr, mijn liedjes, mijn leven, die dit voorjaar uitkomt.

Op de dvd staat een mooi optreden met een akoestisch combo, doorsneden door flarden gesprek met Ivo Niehe en ‘De troubadour’, in zwart wit en in kleur, meegezongen door een vol stadion. Op de cd staan bijzondere, onuitgegeven opnamen, waaronder drie Franstalige liedjes uit 1972, toen ze als ‘Vedette Anglaise’ in het voorprogramma van de in zijn tijd al even originele, moedige en miskende Franse chansonnier Georges Brassens (1921-1981) stond.

 

Mahalia met kinderstem

Lenny Kuhr vertelt hoe ze als kind geïmponeerd was door Mahalia Jackson; met een fragiel kinderstemmetje zingt ze opeens een gospel, begeleid door die ene voet, die al een halve eeuw meetapt op talloze houten vloeren. Daarna ontdekte ze ‘de kelders in mijn stem’. Ze zingt de gospel nog eens, nu als een donderende waterval. Zo beeld je een leven uit in vijf minuten.

‘Dichtbij’, heet de tour van 2010. Het programma is zelfbewust en dienstbaar tegelijk. Er is die scherp verwoorde teleurstelling in ‘De man die je had moeten zijn’, na de verbroken relaties getoonzet op Heilig vuur (1992). Maar er is ook dat prachtige ‘Als ik aan tafel zit met jou’, van Op de grens van jou en mij (2004), waarin het leven voorbijglijdt als de maaltijden op een dag; een ontbijt vol plannen en ambities, tegenslag en schoonheid bij de lunch en alerte berusting bij het avondeten.

Op Lenny Kuhrs website kun je fragmenten van al haar liedjes horen. Je kunt als het ware het pad van haar denken volgen, meer mystiek dan religieus gericht. Weer eens blijkt hoezeer ze inhoudelijk ondergewaardeerd is. ‘Het meer van Galilea’, van de lp God laat ons vrij (1974), ontroert nog steeds, of weer. Het wacht, het spiegelt, het verandert, het hoopt, het droomt op de vrede die ooit in Israël en omstreken zal uitbreken.

Ze heeft zich verdiept in de Joodse kabbalah, als mystieke filosofie, niet als glaasjes draaien met een davidsster. Het rode bandje van Madonna zal ze nooit dragen en new age is ‘flauwekul’. Ze zoekt diepte. ‘The Song of the Ladder’ loopt van Abraham voorbij Jakob. Mooier is ‘De boom’, van Altijd heimwee (1994):

 

de rekenaar die zegt meteen

aan je vruchten ken ik je alleen

dat is de uitkomst van de som

daar draait de hele wereld om

dat zegt de rekenaar

 

de wijze zegt nu met een lach

ik ken je van de eerste dag

je stond daar onmiskenbaar trouw

te wezen wie je wezen zou

nog ver voordat je vruchten droeg

de boom hij zwijgt – het is gelijk

de boom heeft aan zichzelf genoeg

 

Bitterkoud met beenviool

Lenny Kuhr maakte in de tien jaar na haar ‘wedergeboorte’ mooiere muziek dan ooit, maar ook breder. Ze zong deels door haarzelf vertaalde liederen van Schubert en combineerde de piano van Frans de Berg en de viola da gamba van Ralph Rousseau deze winter in het programma ‘Troubadours van alle tijden’ en op de cd On Christmas Night. Daarin gleed het trio op onorthodoxe wijze en met veel humor langs een millennium muziekgeschiedenis. Rousseau, die in Eindhoven promoveerde als fysicus, ook het conservatorium cum laude afrondde, bij zowel Shell als het Concertgebouworkest werkte, ging na zijn ontdekking van de viola da gamba freelance verder en blijkt succesvol als klassiek geschoold entertainer.

In Lisse blijkt waarom Rousseau en Kuhr zo goed accorderen. Het optreden is gepland in Kasteel Keukenhof, maar de toeloop is te groot. De grote tent is steenkoud, maar de generator overstemt de Italiaanse beenviool en zelfs de krachtige zang van Lenny Kuhr. Het publiek mag kiezen tussen er warmpjes bijzitten en niks horen of vernikkelend genieten. De tweede optie wordt het. De avond wordt onvergetelijk doordat tijdens het eindeloos herstemmen van de darmen snaren (‘gelukkig zijn de schapen al dood’) spontaan cabaret plaatsvindt. Rousseau, die in zijn witte overhemd met roesjes zo van een audiëntie bij Lodewijk XV lijkt te komen, laat muziek horen van de Franse hoveling Marin Marais en de Engelse kapitein Tobias Hume, die beiden prachtig voer voor gambisten schreven. Maar hij kan ook een Michael Jackson-basloopje op het strijkinstrument tussen zijn knieën en rapt ‘The Elements’ van Tom Lehrer (waarin het periodiek systeem voor alliteratie en rijm zorgt) als een vrijmoedig musketier.

De avond heeft een onvergetelijke chemie, ook al daalde de temperatuur naar Kepleriaanse diepte. Bij Kuhr en Rousseau krijg je het hoogst haalbare in de muziek: de bibbers.

 

Foto: Stefan Bogers/lennykuhrfansite.nl